Tegen de wind in

|

Sommige van onze clubs moeten hun sport in openlucht beoefenen omdat het niet anders kan. Denk maar aan klepschieten en buksschieten waarvoor je toch al enige hoogte nodig hebt. Ook het staande wipschieten wordt vooral buiten beoefend. Al zijn er ook wel torens waar tijdens de winter indoor kan geschoten worden. Deze disciplines die buiten schieten moeten rekening houden met de natuurelementen. Vooral wind is een belangrijke factor. Als schutter, neem nu een boogschutter staande wip, moet je dit kunnen incalculeren bij het mikken. Op een afstand van 28m hoogte oefent de wind niet alleen heel wat invloed uit op de baan van de pijl maar vormt ook een hoge belasting voor de mast.
We vroegen ons schuttersmaatschappijen windmeters gebruiken om in te schatten of een schieting nog veilig kan doorgaan. Bijvoorbeeld bij het handboogschieten op de staande wip zou een windmeter een precieze indicatie geven van de windkracht ter plaatse. Bestaat er een grenswaarde in beaufort of windsnelheid om een schieting te annuleren?

Bram Uvyn, secretaris-generaal van de KNBBW, gaf ons hieromtrent meer duidelijkheid. Hun reglement zegt dat vanaf zeven beaufort een schieting moet afgelast worden, maar dit is geen exacte wetenschap:
Bij KNBBW-kampioenschappen worden de weersomstandigheden wat strikter opgevolgd. Echter, windmeters zijn niet altijd geïnstalleerd en worden dus niet gebruikt. Indien nodig wordt er naar het KMI gebeld om de exacte snelheden te weten. Maar dan nog gaan organisatoren in overleg met de deelnemers. Ze bekijken de situatie grondig en komen ze met gezond verstand tot de beslissing om al dan niet af te gelasten.
Bij gewone schietingen is het meestal de organiserende club die de beslissing neemt als eigenaar of beheerder van de wippen. Ook hier worden beslissingen genomen op basis van het gezond verstand. Het principe van de “goede huisvader” zorgt ervoor dat iedereen in een veilige omgeving zijn sport kan beoefenen.