VlaS: Vlaamse Traditionele Sporten vzw

Weerleg mythes en dooddoeners

|

Brugge, maart 2017.

Clubbestuurders die ambitie tonen en vooruit willen met hun club ondervinden nogal wat hinder van negatieve denkers. Ook in clubs die het moeilijk hebben en hun ledenaantallen of deelnemersaantallen zien dalen, horen we veel dooddoeners. Hieronder bij elke stelling wat tegenspraak.

“We komen financieel rond, we hoeven dus het lidgeld niet te verhogen.”
Diezelfde clubs zijn niet bereid (of hebben niet voldoende euro’s) om hun clubkas aan te spreken voor uitgaven die buiten de dagdagelijkse werking vallen. Zo vinden ze het te veel kosten om voor de bouw van een webstek te betalen of om te investeren in een modern elektronisch scorebord. Wanneer ze binnen de club geen deskundige vrijwilliger vinden, verandert er niets.

“Een sportclub mag geen spaarkas zijn. Bij ons gaan alle inkomsten onmiddellijk terug naar de leden.”
Dat laatste is een eervol streven maar zorgt ervoor dat bij een tegenslag de verdere clubwerking in het gedrang komt. Als er zich onverwachte kosten voordoen, moet de club op korte tijd extra inkomsten verwerven. Dat is niet makkelijk. Een beter uitgangspunt is: ‘Bij ons wordt elk financieel overschot terug in de clubwerking geïnvesteerd’. Dat laatste kan op korte termijn (binnen het jaar) of als je een grote kost plant, kan je gedurende een paar jaar gelden bijeen sparen om het dan terug in de clubwerking te investeren.

“Nieuwe leden (-jeugdleden) moeten geen nieuw materiaal kopen. De club heeft voldoende oude bogen en pijlen ter beschikking.”
Mooi en modern materiaal en uitrusting spreekt nieuwe leden erg aan. Laat ze daar gerust in investeren. Een jongere die gaat koersen wil toch ook een Eddy Merckx-fiets? Beginnelingen met verouderd materiaal laten schieten, werkt niet wervend.

“Er komen geen nieuwe leden bij.”
Veel schutters- of boldersverenigingen hebben geen georganiseerde ledenwervingsacties. Nieuwe leden komen daardoor druppelsgewijs binnen, eerst als familielid of bezoeker, daarna doen ze gewoon eens mee en worden ze lid. Dit valt niet op en wie de cijfers niet kent, stelt algauw dat er ‘geen nieuwe leden bijkomen’.

“Wij vragen geen lidgeld. Als we lidgeld vragen, zullen de leden afhaken.”
Als je geen lidgeld vraagt, vraag je geen respect, geen verbintenis. Ook zo kunnen je leden kunnen elk moment afhaken.

“Als we het lidgeld verhogen zullen we leden verliezen. Nieuwe leden zullen dat niet willen betalen.”
Deze redenering lijkt logisch maar vergeet rekening te houden met het managementbegrip prijselasticiteit. Dat wil zeggen dat de kostprijs van een product kan verhogen zonder dat dit een grote vermindering van de verkoop met zich meebrengt. Hoe veel je de prijs kan verhogen zonder een groot verlies aan leden is moeilijk te voorspellen maar onderzoek heeft aangetoond dat er een hoge bereidheid is om lidgeld te betalen voor sportclubs. Aangezien het lidgeld van volkssportclubs gemiddeld erg laag is, mag worden verondersteld dat de prijselasticiteit van hun lidgeld nog erg groot is. Dus zal er nauwelijks verlies van leden zijn bij een lidgeldverhoging.

“Een hoger lidgeld zou ‘stille leden, lid uit sympathie’ doen wegvallen.”
Zonder ingreep kan dit wellicht kloppen. Een creatief bestuur schenkt deze ‘stille leden’ een apart statuut, zodat hun bijdrage en betrokkenheid kan blijven bestaan.

“We hebben dat al geprobeerd en dat was geen succes, dus dat doen we niet meer.”
Soms moet je proberen te zoeken waarom het geen succes was en kan de activiteit mits een gewijzigde aanpak wel succesvol zijn.

“De mensen vinden het aanbod van onze volkssportclub niet meer aantrekkelijk. We kunnen daar niets aan veranderen. Onze club heeft weinig te bieden.“
Dit lijkt sterk op een opmerking van een bestuurslid die niet meer gelooft in de eigen clubwerking. Geloof in je eigen sport en enthousiasme over je eigen hobby zijn de basis voor een succesvolle werking. Je club heeft wellicht wel heel wat te bieden. Doe eens een brainstorming over de sterke punten van je sport en de sterke punten van je club. Als je van daaruit vertrekt, kan je wellicht wel terug mensen boeien.

“Onze sport is een cafésport dus kunnen we hier geen jeugd voor aantrekken want de ouders willen dat niet.”
Ook voetbal is een cafésport. Na elke match en zelfs training trekken spelers en supporters naar de bar. Vele andere sporten slagen er ondanks het caféimago in om zeer succesvol te zijn. Maak duidelijk aan de ouders dat jullie tijdens en na het sporten de jeugd begeleiden, dat jullie er op toezien dat ze er geen alcohol gebruiken.

“Als we niet aan alle verzuchtingen van onze leden voldoen, zullen ze afhaken.”
Vele hard werkende vrijwilligers zijn lieve mensen. Ze maken zich gedienstig tegenover de andere bestuursleden en vooral tegenover de leden. Hierdoor ontstaat er soms een cultuur waarin de leden het vanzelfsprekend vinden dat ze maximaal in de watten worden gelegd en dit zelfs gaan eisen. Het clubbestuur moet beslissen wat goed is voor de club als geheel. Dat vergt wat moed als dit niet strookt met de mening van die leden die het luidst roepen.

“Niemand wil het vele werk doen dat ons huidige, beperkte bestuur allemaal doet. We zullen niemand vinden die dat even goed kan.”
Zelfs al werkt het huidige bestuur prima, andere mensen pakken het wellicht op een andere manier aan die even goed werkt. ‘Nieuwe messen snijden scherp’ kan hier van toepassing zijn. Het kan natuurlijk niet dat je de zoektocht naar nieuwe bestuurders begeleidt met negatieve stellingen (te veel werk, te beperkt bestuur, we zullen niemand vinden). Beschrijf aparte taken of verantwoordelijkheden waarvoor je iemand zoekt en toon door je enthousiasme aan kandidaten dat je vertrouwt op een goede toekomstige samenwerking.

“Oudere leden kunnen niet goed overweg met smartphone en Facebook.”
De stelling lijkt logisch maar houdt geen steek. Onderzoek toont aan dat acht op de tien 65-plussers gebruik maken van nieuwe media, 96 % van hen gebruikt een laptop om op het internet te gaan, 35% een smartphone, 42% een tablet. Een meerderheid van de senioren kan heel goed overweg met internet en Facebook.
Waar een wil is, is een weg!