VlaS: Vlaamse Traditionele Sporten vzw

Gemengd touwtrekken... Voor hoeveel vrouwen telt een man?

|

Merksplas

Onlangs kreeg Jan Lenaerts, secretaris van de Belgische Touwtrekbond, enkele vragen over het touwtrekken in gemengde teams. De studente ‘huisarts in opleiding’ wou weten wat de wetenschappelijke achtergrond is bij de indeling van gemengd team. Hierbij worden drie dames gelijkgesteld aan twee heren. Zes heren = negen dames = vier heren met drie dames.

Jan begon zijn antwoord dat deze invulling geen wetenschappelijke onderbouw heeft en dat het proefondervindelijk is ontstaan. De beslissing kwam er wel na een competitievergadering tussen de Belgische touwtrekclubs. Daarna lichtte hij toe:

Sinds het ontstaan van de touwtrekbond in 1991 waren er dikwijls te weinig damesploegen voor een eigen competitie. Veelal werd toen de Nederlandse regel overgenomen van acht dames tegen zes mannen. België en Nederland waren toen wereldtoppers in het zwaargewicht dames, hierdoor lag die verhouding goed tegen de veel matigere heren. De heren werden stilaan sterker en de dames lichter. Daarom werd in 1994 voorgesteld om naar negen dames tegen zes heren te gaan, verhouding 3=2 dus. In 2004 werd deze regel ook uitgebreid naar vier jeugd = drie heren)

Toch zijn er ook een aantal wetenschappelijke argumenten aan te halen:

touwtrekken gemengd

 Gewicht: Het totaal gewicht van de ploeg is erg bepalend aangezien je dit als ballast kan gebruiken. Als je even naar de zwaarste internationale ploegen kijkt dan is dit voor heren gemiddeld per persoon 90kg en voor de dames 67,5kg. Hiermee zijn de dames bevoordeeld in het totaal gewicht (heren 6 x 90kg = 540kg / dames 9 x 67,5 kg = 607,5 kg) wat ze bij de start en in de aanval kunnen benutten.

Spierverhouding: Naast ballast is ook de spierverhouding belangrijk. Je moet namelijk de kracht hebben om de ballast in te zetten. Bij heren komt dit op 44% spiermassa, bij vrouwen is dit ongeveer 39%. Uitgaande van bovenstaande voorbeeld kan men zeggen dat mannen en vrouwen samen ongeveer evenveel spiermassa 237.6 vs 236.9 hebben.

Zuurstofopname: Een goede uithouding is toch van groot belang, niet tegenstaande het touwtrekken dikwijls in het hoekje van korte intensieve inspanningen wordt geteld. Het verschil in zuurstofopname is toch verschillende bij heren (45 VO²max) en bij dames (37 VO²max). De dames zijn hier dus in het nadeel en dit is ook te merken bij lange wedstrijden. Ploegen van negen dames winnen bijna nooit van ploegen met zes heren.

Fysische weerstand: Het effect van een paar extra voeten op de grond is heel moeilijk te berekenen. Harde grond geeft in snelle wedstrijden sowieso al voordeel bij de dames. Ook voor wedstrijden zonder touwtrekschoenen is het moeilijk te achterhalen of het damesvoordeel hier zit in de extra voeten dan wel in de kortere trekbeurten.

(CV op basis verslag Jan Lenaerts)