Verenigingswerk

Nieuwe regeling rond Verenigingswerk

Het kwam de voorbije weken al vaak in de nationale media, de regeling rond het Verenigingswerk zoals die tot nu toe bestond, met onbelast bijklussen, is niet meer van toepassing. Er is nu een tijdelijke regeling in de plaats gekomen die (enkel) geldt voor de sportsector en voor een duur van 1 jaar.

Krachtlijnen:

  • zogenaamd verenigingswerk kan voorlopig enkel in de sportsector (*1)
  • een verenigingswerker kan maximum 150 uren per kwartaal ingeschakeld worden en dus gemiddeld 50 uur per maand (*2)
  • er moet een minimumvergoeding per uur worden betaald (*3)
  • op de betaling in het kader van het verenigingswerk wordt (*4)

ü  belasting geheven (10 %)

ü  een solidariteitsbijdrage afgehouden (10%): deze wordt betaald door de opdrachtgever (organisatie, feitelijke vereniging, lokaal bestuur)

  • De kern van de regeling is dat het gaat om een nevenactiviteit en dus geen hoofdbezigheid van de persoon in kwestie.
  • Wie verenigingswerk wil/kan doen heeft voorafgaandelijk aan het verenigingswerk effectief gewerkt. De 4/5e-regel valt wel weg.
  • De minimumleeftijd om als verenigingswerker ingezet te worden is 18 jaar.
  • Verenigingswerk wordt explicieter een vorm van arbeid (*5)

Opgelet: Verenigingswerk was nooit en is nu ook niet hetzelfde als vrijwilligerswerk! Vrijwilligers kunnen enkel een kostenvergoeding ontvangen voor hun inzet, geen prestatievergoedingen.

 

1. Toepassingsgebied: beperkt tot de sportsector. Voortaan kunnen enkel volgende activiteiten worden verricht in het kader van verenigingswerk:

  • animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie en/of sportactiviteiten verstrekt
  • sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden;
  • conciërge van sportinfrastructuur;
  • hulp en ondersteuning bieden op occasionele of kleinschalige basis op het vlak van het administratief beheer, het bestuur, het ordenen van archieven of het opnemen van een logistieke verantwoordelijkheid bij activiteiten in de sportsector;
  • hulp bieden op occasionele of kleinschalige basis bij het opstellen van nieuwsbrieven en andere publicaties (zoals websites) in de sportsector;
  • verstrekker van opleidingen, lezingen, en presentaties in de sportsector.

    2. Arbeidsrechtelijke beperkingen:
  • Arbeidsduur: maximum 50 uur verenigingswerk per maand (over alle organisaties heen). Dit gemiddelde wordt op kwartaalbasis beoordeeld.
  • Pauzes en rusttijden: na zes opeenvolgende uren prestaties, heeft de verenigingswerker recht op minstens vijftien minuten pauze. Indien hij prestaties verricht op meerdere opeenvolgende kalenderdagen, moet er minstens 11 uur rust zitten tussen twee periodes van verenigingswerk. Elke periode van zeven dagen moet er bovendien een minimale rusttijd van 24 opeenvolgende uren gegarandeerd worden. Tijdens die 24 uur mag geen verenigingswerk worden verricht.
  • Verenigingswerkrooster: de organisatie en de verenigingswerker zullen schriftelijk een vast of variabel uurrooster moeten voorzien, waar partijen in onderling overleg wel nog schriftelijk van kunnen afwijken.

    3. (Minimum)vergoeding verplicht: De vergoeding voor het verenigingswerk kan vrij bepaald worden tussen de partijen, maar deze moet minstens 5 euro/uur bedragen. Dit bedrag zal in de toekomst ook worden geïndexeerd.

    4. (Para)fiscale lasten: In de oude regeling – geldig tot en met 31 december 2020 – was de vergoeding ontvangen voor het verenigingswerk volledig netto (weliswaar binnen bepaalde grenzen). Vanaf 2021 zijn zowel de organisatie als de verenigingswerker onderworpen aan (para)fiscale lasten.

ü  Solidariteitsbijdrage van 10%. De organisatie die beroep doet op een verenigingswerker zal een solidariteitsbijdrage moeten betalen, ten belope van 10 % van de vergoeding voor het verenigingswerk.

ü  (Uiteindelijke) belastingdruk van 10%. De verenigingswerker zelf zal 20% belastingen betalen op de vergoedingen die hij ontvangt uit het verenigingswerk. Eerst wordt wel nog een forfaitaire kostenaftrek van 50% toegepast.

Om vrijgesteld te zijn van klassieke (para)fiscale inhoudingen mag de vergoeding wel een bepaald bedrag per maand (en per jaar) niet overschrijden. Dat principe is niet gewijzigd.

 

5. Overeenkomst inzake verenigingswerk: uitgebreider en preciezer

Het wetsvoorstel bepaalt concreter welke vermeldingen opgenomen moeten worden in de overeenkomst inzake verenigingswerk. De verplichte vermeldingen worden ook uitgebreid. De Koning zal een model van overeenkomst vastleggen.

Einde overeenkomst verenigingswerk: Het wetsvoorstel voorziet een uitgebreide regeling rond het einde van de overeenkomst voor verenigingswerk, met een betere bescherming van de partijen. Wie de overeenkomst voortijdig beëindigt zonder dringende reden en zonder naleving van de opzeggingstermijn zal een verbrekingsvergoeding verschuldigd zijn.

Combinatie verenigingswerk en vrijwilligerswerk: De combinatie van verenigingswerk en vrijwilligerswerk bij dezelfde organisatie is enkel nog mogelijk indien het gaat over inhoudelijk verschillende activiteiten. Indien er voor het vrijwilligerswerk een kostenvergoeding wordt betaald, mag dit bovendien enkel een vergoeding van reëel gemaakte kosten zijn.


Dit artikel is gebaseerd op de tekst die goedgekeurd werd in het parlement. Deze wetgeving werd nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Meer details kan je vinden via verenigingswerk.be en modeldocumenten kan je hier vinden. 


Bronnen: Acerta en Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk vzw